kalender

 

Anna Bolecka

Biografie

Anna Bolecka (Warschau, 1951) is samen met Olga Tokarczuk een van de belangrijkste vertegenwoordigsters van de hedendaagse Poolse literatuur. In 1989 debuteerde ze met verhalen over de stalinistische tijd onder de titel Vlieg naar de hemel. Voor haar tweede boek, de roman Een witte steen (1996), ontving ze een van de belangrijkste literaire prijzen in Polen. In de briefroman Lieve Franz (1999) gaf Bolecka met haar prachtige taalgebruik en broze stijl stem aan haar diepe fascinatie voor de persoon Franz Kafka. Van haar twee maand lange verblijf in Vollezele maakte ze dankbaar gebruik om zich in alle rust te concentreren op haar volgende roman, het levensverhaal van een in 1889 geboren Oostenrijker dat stopt bij het uitbreken van WOII.

In Nederlandse vertaling
Een witte steen, De Geus, Breda, 1997
Lieve Franz, De Geus, Breda, 2000.
Beide romans werden uit het Pools vertaald door Karol Lesman.

Top

Auteurstekst

Lees hier de originele tekst (pdf)

Top

Vertaling

Dingen

Toen ik voor de eerste keer villa Hellebosch zag was het net of een verleden naar me terugkeerde dat ik in werkelijkheid nooit had beleefd. In een kamer vol oude meubels en schilderijen, aan een lange tafel en bij kaarsen in zilveren kandelaars zaten mij welbekende personen, hoewel ik ze voor de eerste keer van mijn leven zag. Daarvoor zorgde de magie van de plek, van de mooie voorwerpen, van de tijd die stil was blijven staan. Alexandra, de eigenares van deze plek, met haar rossige haren in een vlecht, deed denken aan een meisje op een Pools landgoed. Ik wist dat deze plek mij veel vreugde zou schenken.

Toen een aantal jaren geleden mijn kleine reizen door de landen van West-Europa een aanvang namen was het eerste dat me opviel de andere houding van haar bewoners tegenover de dingen en de voorwerpen die hen omringden, en het feit dat in Duitse, Franse en Belgische huizen oude, zelfs honderdjarige voorwerpen een rustig en vredig leven leidden.


In het typisch Pools huis, dat het grotere of kleinere, door een tuin omgeven landgoed was, woonden niet alleen mensen, maar ook talloze voorwerpen: meubels, schilderijen, tapijten, servies. De respectievelijke oorlogen en veranderingen van politieke systemen hebben uiteindelijk die cultuur, samen met haar landgoederen en hun inrichting, vernietigd. Vandaag zijn er in Polen nog maar weinig mensen die zich de oude tijden herinneren, weinigen hebben eerbied voor wat oud is en nog minder personen bezit nog dingen die aan hun voorouders toebehoorden.

Ons moderne leven berust hoofdzakelijk op productie en consumptie, of dat nu in België is of in Polen. Na 1989 hebben wij in Polen gretig alle mogelijke materiële goederen tot ons genomen en zelfs als iemand maar weinig geld bezat, dan nog gaf hij alles uit aan datgene waar de 50 jaar daarvoor gebrek aan was geweest en waar hij alleen maar van had kunnen dromen. Het aantal gebruikte voorwerpen groeide, maar er kwamen geen dingen bij, d.w.z. wat geschiedenis had en een ziel.

Terwijl vroeger toch een voorwerp duurzaam was, vaak mooi, zo bedacht dat het generaties kon dienen. Het had zijn lange, rijke geschiedenis. Tot op de dag van vandaag dragen namen van dingen de herinnering aan hun solide karakter, aan het materiaal waaruit ze zijn vervaardigd, ja zelfs hun geur. Hoe zouden met dat soort mooie dingen vandaag onze plastic bekertjes, mixers, elektronische horloges kunnen concurreren? Is het nog voor te stellen dat een vader zijn zoon zijn Casio overdraagt? Het zou kunnen, maar zal deze overdracht even ordenend zijn, of zal de aanraking van het horloge voor de moderne zoon even zalvend zijn als de gestalte van vaders ronde ‘knol' met horlogeketting gevoelig was?

In een oude, op wonderbaarlijk wijze in een schemerige gang van ons huis in de voorstad bewaard gebleven koffer vond ik als kind de kanten jurken van mijn grootmoeder, stoffige hoeden en als wonder boven wonder een paar witte, ellebooglange glacéhandschoenen, om te dragen op een bal. Hoe verwonderd was ik, toen mijn nog bijna kinderlijke hand niet in deze smalle handschoen paste.

Grootmoeders in de koffer vergeten jurken waren allang vergaan. Nu bezitten wij in serie geproduceerde kleding en hoogstens een verzamelgeest of misschien een onduidelijk sentiment doet ons een tweedehandswinkel binnenstappen, om te midden van prullaria op zoek te gaan naar iets bijzonders.

Tot op heden herinner ik me de blijdschap die ik ervoer toen een vriend bij ons een schrijfmachine in bewaring gaf, een grote Remington uit 1912, waarop ik de eerste zinnen van mijn eerste boek begon te tikken, en de charme van de platte Erica met haar kleine, fijne lettertjes die wij cadeau hadden gekregen, en vervolgens de trots van de eerste eigen schrijfmachine die we op miraculeuze wijze van iemand hadden kunnen overnemen, want het was bijna niet mogelijk om dit voorwerp in een normale winkel te kopen. Juist aan een voorwerp dat diende tot het overbrengen van informatie, tot communicatie, was een bijzonder tekort in een gesloten wereld vol bevelen en straffen.

In Warschau, waar ik ben geboren en waar ik mijn hele leven tot nu toe heb doorgebracht, staan vrijwel geen oude huizen en daarin dingen die zich desnoods de tijd van de eerste helft van de 20e eeuw herinneren. In de Opstand van Warschau in 1944 hebben onze grootouders en ouders alles verloren wat ze hadden en als ze hun eigen vege lijf hadden gered mochten ze van geluk spreken. Mijn generatie heeft het woordeloze communiqué door gekregen: verzamel geen dingen, hecht er niet te veel aan, zorg dat je niet van ze gaat houden: de voorwerpen, vooral die mooie, zijn vergankelijk, vallen ten offer aan vuur en bommen, aan plunderaars en barbaren.

De communisten die in Polen aan de macht waren haatten dingen die aan de oude wereld toebehoorden en verwoestten die met buitengewone kwaadaardigheid. Oude meubels werden verbrijzeld tot brandhout, men liet huizen in de aarde zakken, broos porselein werd vertrapt en als een offer voor nieuwe afgoden verspreid. Het valt dus niet te verwonderen dat ik deze les in mijn oor heb geknoopt en me niet aan voorwerpen heb gehecht.

Warschau is een bijzondere plek, anders dan Kraków, dat totaal niet onder de oorlog geleden heeft, met zijn oude, burgerlijke huizen, het oude interieur van koffiehuizen en theaters, met dingen die sinds jaren toebehoren aan dezelfde families. Alweer anders is het in Gdansk of Wroclaw, waar als gevolg van de naoorlogse veranderingen voorwerpen en dingen veranderd zijn van eigenaar, dan wel ten offer vielen aan de wraak van hen die hun haat tegen de vijand botvierden op onschuldige voorwerpen die niet van hen waren.

Het bijna gelijktijdig ervaren van nazisme en communisme, van systemen die revolutionaire visioenen hadden ten aanzien van de schepping van maatschappijen zonder geschiedenis, heeft ons aan de hand van het voorbeeld van het trieste lot van voorwerpen aangetoond dat een eenmaal verwoeste liefde tot wat duurzaam is niet meer herleeft.

Deze twee systemen, welke, o ironie, in beginsel tegen modernisering (vooral het nazisme) zijn en het liefst zien dat mensen het bezit afzweren, andermans dingen vernielen, samen met hun eigenaren in naam van een toekomstige verlossing, uiteraard uitsluitend bestemd voor het ras der uitverkorenen, deze beide systemen die de vrijheid van de wereld der dingen beloven, hebben uiteindelijk de tijden bespoedigd, waarin wij allen volledig afhankelijk zijn geworden van voorwerpen en het bezitten ervan. Het bezitten van voorwerpen heeft vandaag een bijna religieuze dimensie. Begeren en gebruiken, consumeren en inruilen voor nieuwe.

Voorwerpen - ten opzichte waarvan wij aan de buitenkant staan - zijn plat. Wij gebruiken ze, zij gebruiken ons, zoals Bonnefoy zegt: ‘vluchtig als een middel dat ze in staat stelt te leven, zich te vermenigvuldigen en zelfs te bestaan in overdadige weelde.' Vandaag worden wij gekenmerkt door de vrees voor duurzaamheid en misschien dat we daardoor wel het bezit cultiveren van voorwerpen die zijn, verdwijnen en opnieuw verschijnen, maar dan in steeds zwakkere versies die steeds frequenter om vervanging vragen.

Dingen - ten opzichte waarvan wij aan de buitenkant staan - zijn de weerspiegeling van de geestelijke wereld. Ze hebben een lichaam en een ziel. Achter de dingen gaat geheugen schuil, liefde, het werk van de eigen handen, verantwoordelijkheid. We hebben het gevoel dat de dingen een deel zijn van ons, al was het alleen maar omdat ze door onszelf zijn gemaakt. Door de dingen te gebruiken gaan wij akkoord met de wereld, we accepteren haar zoals zij is. Tussen ding en mens ontwikkelt zich een intieme band. Hierdoor wordt de sfeer van onze vrijheid verbreed. Achter voorwerpen schuilt niet alleen een concrete werkelijkheid als wel een droom over een wereld die geen beperkingen kent en die volledig overgeleverd is aan de mens. Door voorwerpen te gebruiken gaan wij in zekere zin niet akkoord met de werkelijkheid zoals die is, doch geven wij ons over aan voorstellingen van die wereld waarin wij meer macht (een auto) kunnen hebben, onze interactie (computer, mobiele telefoon) steeds groter wordt en verandert, en ons zelfs een leven na de dood wordt beloofd (camera, fototoestel, videocassette), maar deze voorwerpen vergroten slechts in schijn het terrein van onze vrijheid. De voorwerpen moeten wij immers dienen en wij worden afhankelijk van ze.

Wij verkeren met de dingen. De dingen kunnen ons geluk en blijdschap schenken.

Voorwerpen gebruiken wij en zij gebruiken ons. Het doel van het voorwerp is comfort en het gevoel van tevredenheid. De plaats van de dingen die verwoest zijn bevindt zich in ons geheugen. De plaats van gebruikte voorwerpen - op de vuilnishoop.


Zwervend over de vlakke velden van Mazowsze, mijn geboorteland, stuit ik soms op in de vouwen van de aarde verborgen vuurstenen. Sommige ervan dragen de sporen van de menselijke hand, slagen van stenen bewerking. Iemand heeft enkele duizenden jaren geleden de steen de vorm van een gebruiksvoorwerp gegeven. Het eerste voorwerp, het meest eenvoudige van allemaal. Het eerste ding, zo mooi in zijn eenvoud. Ik draai het ding rond in mijn hand. Het is glad, koel en ontroert mij diep.

Toch wil ik mij niet verzetten tegen de voorwerpen die mijn leven eenvoudiger maken, doelmatiger, die mij in staat stellen meer te zien, mij sneller en verder te verplaatsen. Maar laat daarachter niet mijn hoogmoed, het gevoel van macht, de wens om te bezitten, toegeeflijkheid ten aanzien van geweld schuilgaan. Laat het voorwerp zijn wat het is, zonder welk ik weliswaar niet kan functioneren, maar dat slechts één, niet het belangrijkste, deel van mijn wereld vormt. En als dat mogelijk is, maar dat betwijfel ik, laten de voorwerpen dan dingen worden waarachter een belangeloze gevoelswereld leeft.

Anna BOLECKA, Vollezele, 21 februari 2006
Vertaling uit het Pools: Karol Lesman

Top
Villa Hellebosch
17.01.06 > 13.03.06

Bookmark and Share Terug