kalender

 

Bart Van Loo

Biografie

Bart Van Loo (1973) benadert de Franse cultuur in zijn veelgeprezen Frankrijktrilogie (Parijs retour (2006), Als kok in Frankrijk (2008) en O Vermiljoenen spleet! (2010)) telkens weer langs andere wegen.

In 2010 verraste hij met Elsschot, Antwerpen en Coraline. Een jaar later presenteerde hij zijn zoektocht naar de ziel van het Franse lied in Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk dat niet alleen veel lof kreeg in de pers, maar ook een breed publiek wist te bekoren. Tegelijkertijd verscheen bij EMI een door hem samengestelde dubbel-cd met chansons en zond Klara een 8-delige radioreeks uit op basis van zijn boek. In 2014 verscheen Napoleon. De schaduw van Frankrijk. Momenteel werkt hij aan zijn achtste boek.

Van Loo was lang bestuurslid van PEN Vlaanderen en wordt regelmatig in de media opgevoerd als Frankrijkkenner. Hij geeft regelmatig lezingen en causerieën in Vlaanderen en Nederland.

Bart Van Loo verbleef in november 2017 in Het Lijsternest. 

Top

Vertaling

Montandréal

Ik wandel door de rue Saint-Denis in een wereldstad. Neen, het is niet Parijs. Dat valt meteen op. Deze stad is op uitzondering van de hoge torens in Downtown een pak lager. De straten breder. Meer bomen. En trappen bij de vleet. Een soort van nationale sport: een trap voor je huis. Hoger, langer, origineler! Zo elegant en zo snel mogelijk je eigen woonkamer binnenlopen. Trap, trapper, trapst!

Ik ben in Montréal, de op Parijs na grootste francofone stad ter wereld. Hier moet ik de mensen dus perfect kunnen verstaan. Dat blijkt toch anders uit te pakken. De klanken zijn zangerig. De accenten liggen elders. Soms lijkt het wat op Frans uit het zuiden, uit de Provence, maar die indruk waait meteen weg. Het is vochtiger Frans. Frans dat uitgewrongen wordt terwijl men het uitspreekt. Maar ze komen daar mee weg, die Franstalige Canadezen. Het Frans uit Québec is verrukkelijk.

Wellicht onstaat die indruk ook omdat de meeste mensen zo vriendelijk zijn. Een taal die met een glimlach wordt uitgesproken, klinkt altijd mooier. Maar het is meer dan hartelijkheid, het is ook het spel van aparte klankkleuren. Van een Frans dat in een Engels bad heeft liggen weken, maar resoluut zijn eigenheid opeist. Het verlangen bekruipt me om die aparte uitspraak onder de knie te krijgen, ook al is dat onbegonnen werk op een maand tijd. En ik ben hier tenslotte om te schrijven. Dat vraagt om enige eenzaamheid. Maar toch...

In elk gesprek leer je nieuwe woorden en uitdrukkingen. "Je suis en famille" om te zeggen dat je zwanger bent. Geen "mon mec", maar wel "mon chum". Geen "portable" of "gsm", maar "cellulaire" (onthoud dat woord voor Franse scrabble-partijtjes). En aan kruispunten vind je geen "stop"-borden zoals in Frankrijk, maar wel "arrêt!". Ja, ze willen Franser dan de Fransen zijn: "Courriel" i.p.v. "mail". Coque-tail ipv coktail. "Fin de semaine", geen "week-end". Maar tegelijk barst hun taal van de anglicismen. "C'est fun!", roept een dame die zonet nog de onafhankelijkheid van Québec bepleitte en zich ergerde over het groeiend aantal Engelstaligen in Montréal. Haar betoog is bezaaid met termen als "chequer" (controleren), "spotter" (spotten) of "luncher" (i.p.v. "déjeuner"). Wat is een beschaving zonder inherente tegenspraak?  

Het smaakt naar meer. Ik geniet van de zowel hilarische als ontroerende films van Denys Arcand (Le déclin de l'empire américain, Les Invasions barbares) en -wat had u gedacht?- grasduin in de plaatselijke chansontraditie. Zo luister ik naar Robert Charlebois, en ontdek dat Je veux de l'amour van onze Raymond een (weliswaar uitstekende) cover is van Charlesbois' gelijknamige lied. Daarna bezwijk ik voor Beau Dommage, plaatselijk monument, maar amper doorgedrongen over de plas, bij ons volstrekt onbekend. Schaf u bij wijze van genoegdoening gerust de liedjes Harmonie du soir à Chateauguay of Montréal aan. De rest volgt wel. Wie kent het niet? Urenlang naar dezelfde chansons luisteren. Repeat. En nog eens opnieuw. Zingend oefen ik mijn aarzelende Quebecs. Ondertussen kijk ik vanop de twintigste verdieping naar de Mont Royal. Die ligt voor het grijpen, maar blijft toch ver af. Net als de taal hier.

 

Pelgrimage

Even afstand nemen is altijd goed. Ik zoek en vind een fijne reisgenote. We huren een auto en rijden naar Québec. De stad welteverstaan, hoofdstad van de provincie Québec. Onderweg krijg ik een verrassing geserveerd. Luister even, zegt de dame aan mijn rechterzijde. Ze wil een kortverhaal voorlezen. "Helemaal?" vraag ik. "Dat weet ik niet. Als het goed is, wel. Laat ons proberen." De weg is lang. Ik knik. Het wedervaren van een jonge knaap die alleen maar stripverhalen leest. Een boekhandelaar geeft hem een "echt boek" cadeau. Maar dat wil de jongen niet: hij heeft de prentjes nodig om het verhaal in zijn verbeelding te kunnen afspelen. Hoe kan hij dat zonder tekeningen doen? Onmogelijk! Toch probeert hij.

De beschrijving van hoe de literatuur zijn leven binnendringt en de wereld op zijn kop zet, is aandoenlijk. "U hebt gelijk! U hebt gelijk!", zegt hij tegen de boekhandelaar, "ik heb alles gezien! Alles gehoord! Alles gevoeld! (...) Ik had de prentjes niet nodig! Ik heb gedaan zoals u zei, ik heb geprobeerd de woorden te vergeten die ik las... en dat heeft gewerkt." Ik voel hoe er een vuurtje gestookt wordt achter mijn ogen. Maar ik ben niet de enige die zich herkent. Hoor ik daar geen zachte snik in de stem van mijn reisgenote? Snotterend rijden we de ringweg van Québec op.

Auteur? Michel Tremblay. Niet vertaald bij ons. Romans die bulken van québécois, van het idioom waar ik zo verkikkerd op ben geworden. Boeken die sowieso al erg de moeite zijn om te lezen. Op bladzijde 201 van Le premier quartier de lune stuit ik op een stukje prachtige beeldspraak. Meteen neem ik me voor om het naar mijn hand te zetten en het mijn nieuwe boek binnen te smokkelen. Als een onzichtbare knipoog naar Frans Canada.

Terug in Montréal ga ik op zoek naar zijn geboortehuis in de rue Fabre. Zijn verhalen spelen rond het Plateau de Mont-Royal. Mijn wijk nota bene. Of het nu Elsschot, Balzac of Tremblay is, nu en dan wil ik de biotoop van een schrijver binnendringen. Nu blijk ik er gewoon te wonen.

 

Nulpunt

Wat wij wel eens ontberen, wordt hier gecultiveerd: Québec is in de ban van zijn geschiedenis. Net als de Fransen zou je kunnen opperen, maar toch is het anders. De geschiedenis begint hier immers pas zo'n 350 jaar geleden toen de eerste kolonisten zich vestigden aan de Saint-Laurent. De gemeenschap houdt dossiers bij over de "familles souche", de stamfamilies. Op het Ile d'Orléans, ten noorden van Québec, vind je meerdere gedenkstenen met teksten als deze: "À nos ancêtres Jean et Charles, venus ici du Poitou, France, en 1658. Leurs descendants reconnaissants". De uitbaatster van een typische esdoorngaard (voor de onvermijdelijke sirop d'érable) vertelde alsof het de normaalste zaak was dat haar voorvader hier vanuit het Normandische Thury-Harcourt op 17 november 1654 aanspoelde. Daar wordt de stamboomkundige in mij een klein beetje week van. Hadden wij ook maar zo'n nulpunt. Ons verleden lijkt oneindig en peilloos.

De vertroeteling van historische feiten gaat ver. Op de Plaines d'Abraham in Québec hangt een opmerkelijk opschrift bij een oud schiettuig: "Dit kanon heeft het eerste schot gelost in een reeks van honderd eresaluten op 20 oktober 1971", en wel ter ere van de herdenking van de terugtrekking van de laatste Engelse troepen uit Québec. Dat hun verleden eerder beperkt is maken de Franstalige Canadezen goed door wat ze aan verleden hebben extra grondig uit te kammen en te benoemen. Met de eeuwenoude geschiedenis van de bijna geheel uitgemoorde inheemse volkeren zijn ze daarentegen nog lang niet in het reine...

 

Beau Dommage

De koude valt als een baksteen op Montréal. Het leven gaat ondergronds. Volgens sommige bronnen bevindt zowat één winkel op drie zich in le Montréal souterrain. Een schijnbaar eindeloze aaneensluiting van gangen en winkelcomplexen. Net zoals in het heerlijke meezinglied van de gezusters McGarrigle wandel ik onder de Sint-Catharinastraat: "Moi, je me promène sous Sainte-Catherine / J'profite de la chaleur du métro / J'me regarde pas dans les vitrines / Quand il fait trente d'ssous zéro". Zo koud is het nog lang niet, maar voor ik huiswaarts keer wou ik even in het décor van La complainte pour sainte Catherine rondlopen. Net als literatuur kan muziek een inspirerend kompas voor omzwervingen zijn.

Op het einde van mijn verblijf breekt de zon enkele dagen door. De winterjas blijft aan de haak. Plots is het echt warm. Een diepe parlandostem welt in me op: "C´était l'automne, un automne où il faisait beau / Une saison qui n'existe que dans le nord de l'Amérique / Là-bas on l'appelle l'été indien". Een leger sirenes paradeert door mijn buis van Eustachius. Ze blazen eindeloze "bababa's" door mijn gehoorgangen. Joe Dassin wandelt aan mijn zijde.

Vlak voor ik het vliegtuig neem, trek ik snel mijn sportkleren aan. Nog een laatste keer joggen door het Parc de la Fontaine. Het seizoen levert alweer de juiste soundtrack op. "Les feuilles mortes se ramassent à la pelle". Yves Montand verjaagt Joe Dassin. De dode bladeren liggen voor het oprapen. Bij hopen. In alle kleuren. Een beelschoon spektakel. Gratis en voor niks. Hier in Montréal, de gastvrije metropool die ik deze laatste dag graag omdoop tot Montandréal.                                      Terwijl ik mijn koffer de luchthaven binnenduw metamorfoseert die nieuwe naam zich in mijn hoofd tot "mon tendre idéal. Ik draai nog even om. En groet dankbaar. Dag Montréal. Dag Mont Royal. Dag Québec. Dag lieve Améro-Français. Dag Nouvelle France. Au revoir smoked meat. Dag poutine. Auf wiedersehen Michel Tremblay. Au revoir Montandréal. Parting is such a sweet sorrow. C'est un Beau Dommage.

Top

Bookmark and Share Terug