kalender

 

Marja Pruis

Biografie

Marja Pruis (1959) is een Nederlandse schrijfster en journaliste. Ze werkt als vaste redacteur voor De Groene Amsterdammer en schrijft er over (Nederlandse) literatuur. Het lezen van de roman Twee meisjes en ik was het beginpunt van een langdurige fascinatie voor de schrijfster A.H. Nijhoff, eigenzinnige echtgenote van de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff, die aanvankelijk resulteerde in een biografische schets (De lieflijke hel van het Hollandse binnenhuisje, 1994) en uiteindelijk in de biografische roman De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk (1999).


Pruis' eerste échte roman, Bloem (Nijgh & Van Ditmar, 2002), schreef ze uit gemis aan een boek waarin lust de rol krijgt toebedeeld die hem toekomt: nietsontziend en ontregelend. Evenals bij De Nijhoffs wilde ze een helder, spannend boek schrijven, zonder dat het teruggebracht kan worden tot een verhaaltje. In 2005 verscheen de roman, De vertrouweling (Nijgh & Van Ditmar). Die leverde Pruis nominaties op voor de AKO Literatuurprijs en de Anna Bijns Prijs. Met Atoomgeheimen (2008) schreef Pruis een meer thrillerachtige roman over een succesvolle lingerieontwerpster die wordt geconfronteerd met haar actieverleden. Atoomgeheimen kwam op de longlist van de AKO Literatuurprijs. In 2011 heeft Pruis het literatuurkritische werk Kus me, straf me uitgegeven. Op 30 september 2011 werd bekend gemaakt dat Kus me, straf me de shortlist van AKO Literatuurprijs heeft gehaald. Tijdens haar residentieverblijf werkt ze aan een boek over de Vlaamse schrijfster en filosofe Patricia de Martelaere.

Top

Auteurstekst

Brussels diep

Wat je meestal leest is dit. Succesvol schrijfster met writer's block vertrekt naar het Franse platteland om in alle rust te kunnen werken aan haar langverwachte nieuwe roman. Ze kent het huis niet dat haar uitgever haar voor een maand ter beschikking heeft gesteld, en is aangenaam verrast als het een ruim en gerieflijk onderkomen blijkt. Het is een vrijstaand huis aan de rand van een klein dorp, met rode dakpannen en dikke groene luiken voor de ramen, en het eerste wat ze doet is die luiken opengooien, licht en lucht door de vertrekken laten stromen, de vol bloeiende hortensiastruik aan de voorkant van het huis plunderen om wat bloemen in huis neer te kunnen zetten, de fruitschaal volstorten met de donzige abrikoosjes die ze onderweg bij de boer heeft gekocht en haar eigen parfum luchtigjes rond zich spuiten om de muffe winterlucht te verdrijven. Zo. En nu haar laptop tevoorschijn halen en zich installeren achter het notenhouten bureau in de zogeheten schrijfkamer. Maar eerst moet de omgeving worden verkend en zal er wat geluncht moeten worden, en aangezien deze beide zaken zich misschien wel laten combineren, gaat de succesvolle schrijfster met writer's block op stap, te voet op haar stadse hakjes, en vindt ze aan het dorpsplein de ideale stek voor een heerlijke lunch met salade en vis, drinkt ze er een glaasje witte wijn bij, blijkt de uitbater/ober/kok een bijzonder lekkere man met leren voorschoot - in zijn vrije tijd verricht hij ook nog wat smidsachtig werk, hetgeen de vorming van zijn biceps bepaald geen kwaad heeft gedaan - en heeft ze voor ze het weet in deze uitbater/ober/kok/smid een meedogenloze maar op z'n tijd toch ook zeer teerhartige minnaar gevonden. Tegen de pittoresk gestuukte muur - de vergrendeling van de luiken prikkend in haar rug -, op de uit Portugal geïmporteerde tegels van de badkamervloer, tussen de roze hortensiastruiken, en ja, ook op het notenhouten bureau bereikt de succesvolle schrijfster met writer's block grote hoogten en diepe momenten van vervoering, zij het van iets andere orde dan haar uitgever voor ogen stond toen hij haar zijn landelijke onderkomen ter beschikking stelde. Alles goed tot zover, maar daar komt over het slingerende zandpaadje in een grote stofwolk een kanjer van een spelbreker opdoemen. Het is de dochter van de uitgever die, verwend en verveeld, haar drank- & drugsprobleem maar eens in alle rust op het platteland denkt te kunnen botvieren, niet vermoedende dat daar een vervelend zuur wijf haar midlife crisis, writer's block en algehele spleen aan het wegneuken is. Voor hij het weet belandt de uitbater/ober/kok/smid/minnaar in een alras uit de hand lopende girl fight, aangezien hij, ook maar geregeerd door een overdaad aan testosteron, gewoon is zo'n beetje te pakken wat hem voor de hand of ander deel van het lichaam komt. Het vreemde is dat het dan toch altijd zíjn lijk is dat uiteindelijk uit de weg moet worden geruimd, in een onverwacht zusterlijke gezamenlijke actie van de succesvolle schrijfster met writer's block en de dochter van de uitgever. De maand is omgevlogen, en eenmaal thuis laat de langverwachte nieuwe roman zich als bijna vanzelf schrijven.

Nee, dan de barre werkelijkheid. Schrijfstertje met goede moed grijpt de mogelijkheid om een maandlang in een Brussels appartement te kunnen schrijven aan haar nieuwe roman met beide handen aan. Na de gebruikelijke inwijdingsrituelen - bloemen, abrikoosjes, parfum - lacht daar het notenhouten bureau haar toe. Hierachter voltrekt zich dag na dag een heuse titanenstrijd. Deelnemende partijen: een sluimerend bewustzijn, taaie blokkades en tijd, rust en uithoudingsvermogen om die te lijf te gaan. Publiek: een enkele voorbijschietende muis. (Of waren het er twee? Of was het een beest met twee ruggen? Hoe langer de stilte weer voortduurt, hoe meer het schrijfstertje met goede moed denkt dat ze aan een zinsbegoocheling heeft geleden, téveel heeft ontketend in korte tijd, zoals ooit Godfried Bomans zich ongestraft op een onbewoond eiland terug dacht te kunnen trekken maar binnen korte tijd zeker wist dat de meeuwen tegen hém aan het krijsen waren.) Omgeving: Brussel, als een permanente belofte, wenkend en fluitend en sissend en naar zoete urine riekend om toch buiten te komen spelen. Wie zal het schrijfstertje met goede moed haar kleine ronde hebben zien maken, daar in hartje Brussel, behalve haar lieve vader van wie ze hoopt dat hij haar toch altijd nog een beetje in de gaten houdt vanuit de hemel, gewoon omdat hij het niet laten kan? De krantenman op de hoek van de Oude Graanmarkt, bij wie ze iedere ochtend meestal één maar soms twee kranten kocht en die haar iedere ochtend vroeg of ze er een zakje omheen wilde, maar dat wilde ze nooit. De kaasboer er schuin tegenover, in zijn stijlvolle winkel Cremerie de Linkebeek, die er niet voor terugschrok om met eigen vingers en neus de versheid van haar favoriete geitenkaas uit de Limoges te testen. Misschién de werknemers van Le pain quotidien in de Dansaertstraat, want ze heeft daar menige baguette aangeschaft, maar zij maakten altijd - als enigen overigens in Brussel, waar zelfs de caissières van de supermarkt in alle rust en ongeacht de lengte van de rij voor de kassa afwachten tot de klant haar boodschapjes heeft ingepakt - een licht gestresste indruk. De verkoopster in de kledingwinkel Lodge in de Dansaertstraat die al begon te lachen als ze binnenkwam en haar waarschuwde dat vrijdag echt de laatste uitverkoopdag was. De eigenares van Gabrielle, die vast zelf Gabrielle heet, in de Kartuizerstraat, de mooiste tweedehands kledingzaak die je je voor kunt stellen, met een uitgekiende collectie van jaren vijftig jurken, jassen en schoenen. En tot slot de verkoper/eigenaar van La Belle Dame in de Kiekenmarktstraat, een winkel vol glitter en glamour, waar ze alleen al naar terugkeerde omdat ze dacht dat ze gedroomd had bij haar vorige bezoek. Noodzakelijke uitstapjes ten dienste van de grote ontketening. Met tot gevolg dat het schrijfstertje met goede moed tot in bed aan toe bezig was met haar roman-in-wording. Omdat ze vergeten was een pen naast haar bed te leggen, en ze in het nachtelijk duister niet de confrontatie aandurfde met welk wegschietend wezen dan ook - dat 's nachts toch minimaal hoorndragend en schubhuidig was - noteerde ze met oogpotlood haar ingevingen. Als ze 's ochtends de rolgordijnen in de schrijfkamer had opgetrokken, het Brusselse licht weer vrij baan had, de (Griekse?) uitbater aan de overkant zijn sigaretje stond te roken op de stoep en de luchtvochtigheid testte met het oog op het al dan niet buiten zetten van de terrasstoelen, de karavaan scholieren richting school trok, las ze over wat ze 's nachts in vette zwarte letters had neer gekalkt. ‘Noodtoestand' stond er dan bijvoorbeeld. Of: ‘Dat alles gewoon leeft, dat is nog het meest angstaanjagende.' Ja, dacht het schrijfstertje met goede moed toen ze de deur van haar tijdelijke onderkomen na een maand definitief achter zich dicht moest trekken. Ze was heel diep gegaan, daar in Brussel.

Top
Passa Porta
4.06.07 > 2.07.07
Villa Hellebosch
26.09.11 > 3.10.11
Passa Porta
3.10.11 > 10.10.11

Bookmark and Share Terug